Kerkelijk Centrum "De Antenne"
Wilhelminastraat 3
7701 HA Dedemsvaart


Koster
de heer B. ten Brinke
Tel. 0523 612630

kosters.antenne@gmail.com

 


Het Kruissymbool

Liturgisch centrum

De Kansel

De Lezenaar

De Collectezuil


Het Orgel

 


Het Kerkgebouw

Toen de Gereformeerde Kerk te Dedemsvaart zich in 1995 genoodzaakt zag een nieuwe kerk te bouwen, werd de architect GERRITSMA te Assen gevraagd er twee facetten in te verwerken. Het gebouw moest enerzijds het huis- als middelpunt van het kerkelijk leven - voor de gemeente worden. Anderzijds moest het nadrukkelijk herkenbaar zijn als een kerk die zich bewust is van haar plaats in de samenleving, - zij het niet dominant, maar ingetogen.Na uitvoerige discussies werd besloten om te komen tot een ruimte met een licht karakter, maar tevens met de beslotenheid van ronde wanden, die de gemeente omhullen. Kleine openingen geven een venster op de wereld. Het indirecte daglicht en de rondgaande lijnen in de wanden versterken het gevoel van intimiteit en saamhorigheid. Op één plek breekt die omhullende wand open en blijft alleen het constructieve geraamte over, de gevel wijkt om plaats te maken voor het licht dat van boven invalt.
En op die plek zijn de ogen van de gemeente gericht op het kruissymbool. Ook in de uiterlijke vorm van de kerk is dit gedeelte de plaats waar alle lijnen elkaar ontmoeten. De gevels aan het plein en aan de entreekant zijn voor- en zijkant tegelijk omdat de bovengenoemde hoek het scharnierpunt is waar de aandacht naartoe wordt getrokken. De hoek onderscheidt zich van de andere gevelvlakken door zijn vorm: rond, hellend en uitwaaierend naar boven - en door zijn materiaal: roestvrij staal. Dit is een materiaal, dat de tijd kan trotseren, dat het licht vangt en teruggeeft en levendig als water is. Dit element geeft het gebouw zijn karakter, terwijl het verder niet meer nodig heeft dan eenvoudige metselwerkvlakken en glas - uitsluitend een spel van licht en schaduw. Het gebouw heeft dan ook een vorm gekregen in de geest van de beroemde architect Berlage die al in 1893 wenste te zoeken naar "enkele karakteristiek groote vlakken, begrenzende lijnen, om al datgene wat aan den grooten indruk van het geheel niets toedoet weg te laten".
 


 

Het Kruissymbool

Het kruissymbool is van zuiver glas gemaakt. Dat werpt een lichtgroene schaduw op de maïsgele aandachtswand. In het midden van het kruis liggen zeven stukken ruw gekapt glas die het lijden van Jezus symboliseren. De zeven delen geven weer dat Jezus zijn leven volmaakt geleefd heeft. De glaselementen zijn aan opgespannen roestvrijstaaldraden verlijmt, zodat het kruis in de ruimte hangt. De vier verticale draden zijn ieder voorzien van drie glaselementen, een symbool van de Drieëenheid.Bij het zien van het kruissymbool worden gedachten opgeroepen aan de visioenen van het nieuwe Jeruzalem, dat Johannes zag op Patmos: "...en de straat der stad was zuiver goud, gelijk doorschijnend glas.... En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam". In haar mystieke visioenen zag de middeleeuwse Hadwych "...een kristallen kruis en een troon op drie kolommen van edelsteen...", symbolen voor de Eeuwigheid en de Drieëenheid".
 


 

Liturgisch centrum

Liturgisch centrum: alle onderdelen van het liturgisch centrum hebben een open karakter en ronde vormen om zo een eenheid te gaan vormen met de omgeving van het gebouw zelf.
 

De Kansel

De kansel is open van vorm met niet te hoge delen om zo de spreker zijn verhaal met lichaamstaal te kunnen laten ondersteunen. Het boekenschap is licht gebogen, evenals de platen MDF waarmee de kansel is omgeven.

 


 

De Lezenaar

De lezenaar is in hoogte verstelbaar en voorzien van een licht gebogen boekenschap en aan de voorzijde afgezet met twee gebogen platen die de spreker een beschermd gevoel geven.
 


 

De Collectezuil

De collectezuil heeft bovenop een gebogen plaat waarop de offerbuidels na het collecteren symbolisch opgeheven kunnen worden. Aan de voorzijde en beide zijkanten zijn tien openingen gemaakt waarin de offerbuidels geplaatst kunnen worden. Om de verschillende collecten uit elkaar te kunnen houden is er gekozen voor vijf donkergrijze en vijf dieprode buidels.

 

 

Het Orgel

Twee jaar heeft het orgelmakersechtpaar Patijn uit Wapenveld aan het orgel gewerkt.
De werkzaamheden zijn in februari 1997 begonnen en in februari 1999 afgerond. De overdracht en ingebruikneming van het orgel heeft op vrijdag 12 februari 1999 plaatsgevonden.

TECHNISCHE UITEENZETTING VAN HET ORGEL
De indeling van het orgel is traditioneel, het Bovenwerk midden boven, daaronder het Hoofdwerk en aan weerskanten achter de zijtorens het Pedaal. De vormgeving van het orgel is een eigen ontwerp.
De gebruikte houtsoorten zijn Amerikaans grenen voor de orgelkas, eiken/mahonie voor de windladen, eiken/fichtenhout/redwood voor klavieren/pedaal en tractuur, mahonie/redwood voor de registertractuur en okoume voor de windvoorziening. Het klavierbeleg is van been en ebben. Het totale aantal pijpen bedraagt 1199 stuks, 695 pijpen op de Hoofdwerklade, 120 pijpen op het pedaal en 124 pijpen in het front.
Het front bevat 49 sprekende pijpen van de HW Prestant 8', 35 van de BW Prestant 4' en van de acht kleine tussenvelden zijn er vier velden met totaal 40 pijpen decoratief. (dus niet sprekend)
Van het oude orgel uit het vorige kerkgebouw zijn de fagot 16', Octaaf 8' en het groot octaaf van de eiken Holpijp 8' gebruikt. Deze registers zijn uitgebreid met een aantal pijpen , omdat het Pedaal nu 30 tonen bevat en het oude orgel 27 tonen.
De Subbas is van eiken en op de Gamba 8' na zijn alle pijpen van een metaallegering met een hoog lood gehalte. (77% lood en 23% tin)
Al het nieuwe metalen pijpwerk is gemaakt door de pijpenmakers van Jaq. Stinkers in Zeist.
De toetstractuur is torsie vrij en van onconfessionele aard, de toetsen van de gebruikte staartklavieren (scharnierpunt achter) hangen aan de tractuur en bevatten een minimum aan draaipunten, waardoor een goede speelaard (touche) wordt verkregen.
De orgelkas, het grootste gedeelte van de nieuwe eiken Subbas 16' en al het gebruikte ijzerwerk voor de registertractuur van het orgel zijn door mensen uit de eigen gemeente gemaakt.
Voor de windvoorziening onderin het orgel zijn een ventilator en drie grote balgen verantwoordelijk, deze balgen zijn volgens een cascadesysteem met elkaar verbonden, waardoor een levendige en stabiele windvoorraad beschikbaar is.
De winddruk voor alle werken is 80mm.W.K.
Alle windladen (zo heet het gedeelte waar binnen in het orgel de pijpen opstaan) zijn gedeeld in C- en Cis laden voor het grootste deel traditioneel gemaakt.
De stemming van het orgel is gelijkzwevend en a is 440 hz.

Dispositie

Hoofdwerk (C-f3)
1. Bourdon 16' af c (C-H comb.S16')
2. Prestant 8'
3. Roerfluit 8'
4. Octaaf 4'
5. Gedekt 4'
6. Octaaf 2'
7. Cornet IV af a
8. Mixtuur 1 1/3'IV
9. Trompet 8 bas- en disk.
Bovenwerk (c-f3)
1. Holpijp 8'
2. Gamba 8' af c (C-H comb. Holp. 8')
3. Prestant 4'
4. Open Fluit 4'
5. Nasard 2 2/3'
6. Woudfluit 2'
7. Terts 1 3/5' af a
8. Dulciaan 8' Tremulant

Pedaal (C-f1)
1. Subbas 16'
2. Octaafbas 8'
3. Koraalbas 4'
4. Fagot 16'


HW + BW
P + HW
P + BW